Zelfgemaakt bananenbrood met walnoten
Bananenbrood is een van die recepten die je eigenlijk altijd in je achterhoofd wilt hebben. Niet alleen omdat het zo lekker is, maar vooral omdat het de perfecte manier is om overrijpe bananen te gebruiken die anders in de prullenbak zouden belanden. Hoe bruiner en zachter de bananen, hoe zoeter en intenser de smaak van je bananenbrood wordt. Dus de volgende keer dat je een paar vergeten bananen op het aanrecht vindt: niet weggooien, maar de oven aanzetten.
Dit bananenbrood is smeuïg, vol bananensmaak en heeft door de walnoten een heerlijke crunch die het geheel net even interessanter maakt. Het is niet te zoet, waardoor het zowel bij een kop koffie als bij een kopje thee past, en je kunt het net zo goed als ontbijt eten als bij de thee in de middag.
Het geheim van goed bananenbrood
Vrijwel alles staat of valt met de bananen zelf. Je wilt bananen die echt overrijp zijn, met een schil die meer bruin dan geel is en die zacht aanvoelt als je erin knijpt. Op dat punt hebben de zetmelen in de banaan zich omgezet in suiker, wat betekent dat je minder toegevoegde suiker nodig hebt en meer natuurlijke bananensmaak krijgt.
Een veelgemaakte fout is om bananen te gebruiken die nog vrij stevig en geel zijn. Die geven je brood een melige textuur en minder smaak. Als je bananen nog niet rijp genoeg zijn maar je wilt toch vandaag bakken, leg ze dan een halfuur in de oven op 150 °C met schil en al. Ze worden pikzwart van buiten maar heerlijk zacht en zoet van binnen. Het is niet helemaal hetzelfde als natuurlijk rijpen, maar het werkt verrassend goed in een noodgeval.
Ingrediënten
- 3 grote overrijpe bananen
- 75 g boter, gesmolten
- 100 g suiker (liefst lichtbruine basterdsuiker)
- 1 ei
- 1 theelepel vanille-extract
- 1 theelepel bakpoeder
- Snufje zout
- 190 g bloem
- 75 g walnoten, grof gehakt
Zo maak je bananenbrood
Stap 1: Voorbereiden. Verwarm de oven voor op 175 °C en bekleed een cakevorm van ongeveer 25 cm met bakpapier of vet hem in met boter. Prak de bananen met een vork in een kom tot een grove puree. Een paar kleine stukjes mogen erin blijven zitten, want die geven leuke textuur aan het eindresultaat.
Stap 2: Het beslag maken. Meng de gesmolten boter door de geprakte bananen. Voeg de suiker, het ei en de vanille toe en roer alles goed door. Meng in een apart kommetje de bloem met het bakpoeder en het zout, en schep dit door het bananenmengsel. Roer tot alles net gecombineerd is, maar niet langer. Te veel roeren maakt het bananenbrood taai in plaats van luchtig en smeuïg. Schep tot slot de walnoten erdoor.
Stap 3: Bakken. Giet het beslag in de voorbereide vorm en verdeel het gelijkmatig. Bak het bananenbrood 55 tot 65 minuten in het midden van de oven. Het is klaar wanneer de bovenkant mooi goudbruin is en een satéprikker die je in het midden steekt er schoon uitkomt. Als de bovenkant te snel bruin wordt terwijl het midden nog niet gaar is, leg dan een velletje aluminiumfolie losjes over de vorm.
Stap 4: Afkoelen. Laat het bananenbrood tien minuten afkoelen in de vorm voordat je het eruit haalt en op een rooster verder laat afkoelen. Het is verleidelijk om meteen een plak af te snijden, maar als je even geduld hebt zet de structuur zich beter en snijdt het brood mooier.
Tips voor het beste resultaat
De walnoten worden nog lekkerder als je ze vooraf even vijf minuten roostert in een droge koekenpan. Door het roosteren komt er een nootachtige, warme smaak vrij die in het afgebakken brood veel beter naar voren komt dan bij rauwe walnoten. Schud de pan regelmatig zodat ze niet aanbranden en laat ze volledig afkoelen voordat je ze door het beslag schept.
Lichtbruine basterdsuiker is de beste keuze voor dit recept omdat het een karamelliger, diepere zoetheid geeft dan witte suiker. Maar als je alleen witte suiker in huis hebt, werkt dat ook prima. Het bananenbrood wordt dan iets lichter van kleur en smaak, maar nog steeds heel goed.
Heb je overrijpe bananen maar geen tijd om te bakken? Pel ze, doe ze in een zakje en vries ze in. Bevroren bananen zijn zelfs nog makkelijker om te prakken en werken net zo goed in bananenbrood. Zo heb je altijd een voorraad klaarliggen voor wanneer de zin om te bakken toeslaat.
Variaties op bananenbrood
Chocolade en banaan is een combinatie die eigenlijk niet kan mislukken. Vervang de walnoten door 100 gram pure chocolade in grove stukken en je hebt een bananenbrood dat bijna als een dessert smaakt. De chocolade smelt gedeeltelijk tijdens het bakken en vormt zachte, gooey plekken in het brood die onweerstaanbaar zijn wanneer het nog lauw is.
Voor een gezondere variant kun je de helft van de bloem vervangen door havermout en de suiker verminderen tot 50 gram. De bananen brengen al veel natuurlijke zoetheid mee, dus met minder suiker blijft het brood lekker. Voeg eventueel een handje rozijnen of gedroogde cranberry’s toe voor extra zoetheid zonder geraffineerde suiker.
Een scheutje espresso of een eetlepel cacaopoeder door het beslag geeft het bananenbrood een verrassende diepte zonder dat het direct naar koffie of chocolade smaakt. Het versterkt vooral de bananensmaak en de nootachtige tonen van de walnoten, een truc die professionele bakkers vaak gebruiken.
Bewaren en serveren
Bananenbrood blijft drie tot vier dagen lekker als je het bewaart in een afgesloten trommel of strak gewikkeld in folie bij kamertemperatuur. In de koelkast gaat het langer mee, maar het brood wordt dan iets steviger van textuur. Warm een plak even op in de broodrooster of een paar seconden in de magnetron en het smaakt weer alsof het net uit de oven komt.
Je kunt bananenbrood ook uitstekend invriezen. Snijd het in plakken voordat je het invriest, dan kun je precies pakken wat je nodig hebt zonder het hele brood te moeten ontdooien. In de vriezer blijft het tot drie maanden goed. Een plak bananenbrood rechtstreeks uit de vriezer in de broodrooster is een ontbijt waar je de hele ochtend blij van wordt.